Evangelisch Lutherse Kerk

Kerkgegevens

In 1908 krijgt de orgelbouwer v.d. Kleij te Rotterdam de opdracht een orgel te bouwen. Men komt een bedrag overeen van fl 2100,-

De oorspronkelijke dispositie was: 1 klavier, vrij pedaal. 8 stemmen (pneumatisch) t.w. :

Manuaal Pedaal

Prestant 8’

Subbas 16’

Bourdon 16’,

 

Gamba 8’

 

Roerfluit 8’

 

Octaaf 4’

 

Octaaf 2’

 

Cornet 3- sterk

 

Tremulo

 

Op 12 Oktober 1910 wordt het orgel ingewijd. Bij deze gelegenheid werd het orgel bespeeld door de heer Krijgsman, organist van de Koninginnekerk te Rotterdam.
De organist , de heer Figee, kreeg per die datum ook zijn aanstelling als organist.

In 1919 werd besloten een eikenhouten orgelkas te laten vervaardigen. Dat kostte de gemeente fl 269,-

In de dertiger jaren is een elektromotor ingebouwd ter vervanging van de handbediening van de blaasbalg.

Later werden de Octaaf 2’ en de Cornet 3- sterk veranderd in Concertfluit 4’ en Aeoline 8’.

In 1952 werd door de firma Hoogenboezem uit Schiedam de Gemshoorn 2’ en de Quint 2 2/3’ ingebouwd, de Celeste 8’ verviel. Het klavier liep van C-g3 en het pedaal van C-d1.

In 1971 is een restauratie en uitbreiding gereedgekomen, uitgevoerd door de fa. Fonteyn & Gaal, waarbij een nieuwe speeltafel is vervaardigd en geplaatst op de galerij waardoor de cantor-organist zijn cantorij "bij de hand" kreeg.

Het orgel werd met een tweede klavier en 5 stemmen uitgebreid.

De Bourdon 16’ werd Gedekt 8’ in het pedaal, terwijl de tractuur werd veranderd van pneumatisch in electro-pneumatisch.

Huidige dispositie: 

Manuaal I

Manuaal II

Pedaal

Prestant 8’

Salicionaal 8’

Subbas 16'

Roerfluit 8’ 

Holpijp 8’

Gedekt 8'

Octaaf 4’ 

Roerfluit 4’

 

Fluit 4’

Gemshoorn 2’

 

Quint 2 2/3’

Quint 1 1/3’

 

Octaaf 2’

   

Mixtuur 3- sterk

   

Koppelingen:
Pedaal +I
Pedaal +II
Manuaal I+II
Sub I + II
Tractuur: Electro-pneumatisch

Kerkgegevens